Zo kan de voorraad worden verlaagd en de wachttijd op reserveonderdelen worden verkort, met theoretische besparingen tot wel 50 procent. Dit is mogelijk dankzij de fundamentele wiskundige modellen van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e).
De opslag van reserveonderdelen is een belangrijke markt. Jaarlijks gaan hier miljarden euro's in om. Elke industrie- of servicetak met complexe apparatuur heeft ermee te maken. Denk maar aan elektronica, ziekenhuizen, industriële apparatuur en de auto-industrie.
Eén goedkoop onderdeeltje dat defect is, kan al genoeg zijn om een hele machine voor geruime tijd buiten bedrijf te stellen. Daarom worden sinds jaar en dag hoge eisen gesteld aan de voorraad en distributiesnelheid van reserveonderdelen.
Voor het optimaliseren van het gehele logistieke proces is dan ook al veel onderzoek verricht. Toch wordt meestal de voorraadplanning voor elk magazijn afzonderlijk gedaan. ASML benaderde de TU/e met de vraag of dat niet slimmer kon.
De crux van het model zit in het poolen van verschillende magazijnen. Als een regionaal magazijn een onderdeel niet op voorraad heeft, kan deze een ander regionaal magazijn inschakelen zonder meteen centraal te gaan.
De modellen zijn praktisch zeer relevant en kunnen leiden tot grote besparingen. Voor sommige situaties vond men kostenbesparingen van wel 50%. In het onderzoek is verder nog gewerkt aan modellen met geïntegreerd voorraadbeheer voor verschillende machines en voor verschillende groepen klanten. Alle modellen zijn universeel toepasbaar.
Bron: Logistiek, 16 november 2006